Ter beoordeling van parkeergarages zijn voor het ontwerptraject diverse beoordelingsmethoden voorhanden. Voor praktijkbeproevingen van parkeergarages zijn echter niet of nauwelijks goede uitgangspunten omschreven, laat staan praktische richtlijnen ten aanzien van de te gebruiken apparatuur. In dit artikel wordt beknopt de relatie gelegd tussen de berekeningsuitgangspunten die normatief worden gehanteerd en de uitvoering van de praktijkbeproeving zelf.
Het belangrijkste doel van een beoordeling van een parkeergarage is aan te tonen dat de beoogde uitgangspunten van het ontwerptraject daadwerkelijk in de praktijk het effect hebben zoals beoogd was. In dit artikel wordt ingegaan op de beoordeling van de rookproductie en het simuleren ervan door middel van een rookproef.
In overleg met het lokale bevoegde gezag wordt veelal beproefd op één of meerdere beoordelingscriteria. Door het ontbreken van heldere eenduidige richtlijnen is er geen naslagwerk dat de relatie tussen beproeving en uitgangspunten van de ontwerpfase inzichtelijk maakt. Het doel van de proef kan tevens verschillend zijn: bijvoorbeeld het inzichtelijk maken van de mogelijkheid tot het uitvoeren van een binnenaanval met ‘zicht op de brand’ of het beoordelen dat nazorg mogelijk is ‘zicht na 45 minuten’ te creëren. De kwaliteit van een praktijkbeproeving van een parkeergarage hangt dus sterk af van de kennis en kunde van de beproever.