Vergelijkend onderzoek trillingsmeters laat grote afwijkingen zien
Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV en Heitechnisch bureau BREM hebben bij trillingsmetingen aan heiwerk in Rotterdam een vergelijkend trillingsonderzoek uitgevoerd waarbij vijf in Nederland veelgebruikte typen trillingsmeters gelijktijdig zijn ingezet en onderling vergeleken. De meetresultaten laten soms grote afwijkingen tussen de diverse typen zien, maar ook tussen meters van hetzelfde merk. Daarnaast bleken niet alle trillingsmeters even nauwkeurig. Dit zijn de resultaten van het onderzoek zoals gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van het Nederlands Akoestisch Genootschap (NAG) op 19 mei 2010.
Voor het vergelijkende onderzoek zijn twee exemplaren van in Nederland veel gebruikte merken (Vibra SBR, VM, Axilog, Syscom - Red Box en Vibra alfa) gebruikt. De gemeten waarden zijn steeds onderling vergeleken. Uit het onderzoek blijkt dat wanneer de metingen volgens de richtlijn worden uitgevoerd (keuze van de meetpositie, bevestiging van de trillingsopnemer) en de trillingsopnemer waterpas wordt gesteld, de resultaten van een aantal merken maximaal rond de 10% van elkaar afwijken. Een kleine scheefstand van de opnemer leidt echter al tot grote afwijkingen. Niet alle merken trillingsanalyzers bleken bovendien even nauwkeurig en ook onderling tussen de trillingsmeters van hetzelfde merk, bleken de afwijkingen soms verrassend groot.
Onderzoeksmethodiek Op basis van het vergelijkende onderzoek is bepaald of de resultaten van de verschillende trillingsmeters binnen 10% zijn gebleven. Verder is onderzocht welke invloed de positie van de trillingsopnemer heeft. In hoeverre leidt een verschil in meetpositie van bijvoorbeeld 10 of 20 centimeter tot sterk afwijkende waarden? Tot slot is ook gekeken naar de invloed van de scheefstand van een trillingsopnemer.
Bij steeds meer bouwwerkzaamheden is het uitvoeren van trillingsmetingen verplicht. Doel van de metingen is om inzicht te hebben in de optredende trillingen en zo schade aan gebouwen te voorkomen. De resultaten van de trillingsmetingen worden vaak beoordeeld op basis van de SBR-richtlijn A (uitgegeven door de Stichting Bouwresearch te Rotterdam). In deze richtlijn is aangegeven dat gestreefd moet worden naar een nauwkeurigheid van de metingen van 10%. Bovendien dienen de metingen met een andere trillingsmeter te worden herhaald, als deze nauwkeurigheid bepalend kan zijn voor de conclusie van het onderzoek (wel of geen overschrijding van de grenswaarden).
Rapport Een uitgebreid Engelstalig onderzoeksverslag zal worden gepresenteerd tijdens de internationale conferentie over laagfrequent geluid en trillingen (LFG2010) in juni 2010 in Aalborg (Denemarken). De Nederlandstalige rapportage zal vervolgens nog worden aangevuld met een analyse van de meetresultaten op basis van de SBR-richtlijn B (hinder voor personen). Deze rapportage zal tegen een vergoeding beschikbaar worden gesteld door Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV.
Voor de redactie: Voor meer informatie over dit persbericht, het onderzoek of het rapport zelf kunt u contact opnemen met C.J. (Carel) Ostendorf, senior projectleider bij Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV, telefoon: 043-346 78 78 of e-mail: c.ostendorf@chri.nl.
Informatie over de expertise van Cauberg-Huygen op het gebied van Trillingen kunt u terugvinden op deze website onder het vakgebied Trillingen en op www.bouwlawaai.nl.